OP ZEEBAARS MET KUNSTAAS.

In dit artikel wil ik eens nader ingaan op het vissen vanaf de kant met diverse soorten kunstaas op zeebaars. Mijn eerste pogingen met kunstaas voor het vissen op zeebaars kan ik mij nog als de dag van gisteren herinneren. Door het gebruik van verkeerd materiaal op de verkeerde tijden en plaatsen, duurde het een paar weken voordat ik mijn eerste echte zeebaars kon haken. Hoewel we op dit moment een redelijk bestand aan zeebaars in onze wateren hebben zwemmen, lukt het veel mensen nog steeds niet om de zeebaars aan de schubben te komen. Ik hoop dat dit artikel u op weg zult helpen.

SIMPEL.

Zeebaarsvissen kan zo simpel zijn; men neme een karperhengel met daarop een molen met 30/00 en een handvol jiggen, voorzien van een twister en men moet in staat zijn een zeebaars te haken. Toch werkt dit in de praktijk meestal niet zo. Er zijn mensen die verkondigen dat zeebaars heel makkelijk vangbaar is, maar bij die stelling zet ik de nodige vraagtekens. Natuurlijk zijn er momenten dat "ze" het goed doen en dat iedereen zijn visjes vangt, maar vaak is het zoeken, proberen en vooral doorgaan. De mensen die het meeste tijd in de zeebaarsvisserij steken vangen ook het meest, zo simpel ligt dat. Zeebaarsvissen is vaak uren maken en dan opeens tref je het een paar keer. Voor het zeebaarsvissen moet je ook een bepaald gevoel ontwikkelen. Het volstaat niet om een stuk kunstaas in het water te gooien en het simpelweg binnen te draaien; je moet er zelf een stukje "gevoel" inleggen. Inhaalsnelheid, de diepte waarop we vissen, de hoek van de hengel en lijn ten opzichte van het water; allemaal factoren waar we gevoel voor moeten ontwikkelen.

MATERIAAL.

Zeebaarshengels zijn (nog) niet te koop en dus gebruiken de meeste mensen een karperhengel en dat gaat goed. Ik denk dan aan een hengel in de 2-3 lbs klasse, afhankelijk van de omstandigheden. De lengte moet tussen de 3.30 mtr en 3.60 mtr liggen. Wanneer we over de stenen vissen zou ik een langere hengel kiezen. Kies een niet te zachte hengel en geen progressief buigende hengel. Ik denk dat ik er voor mijzelf wel uit ben wat de meest geschikte zeebaarshengel is en die laat ik dus nu ook bouwen in samenwerking met CJW Rod design uit Amsterdam. Het betreft een fast-taper hengel van 3.50 mtr van het nieuwste S2 materiaal uit Nieuw Zeeland. Een "snelle" hengel met een dunne top, geschikt voor het gooien en vissen van licht kunstaas, maar met genoeg "body" om een flinke baars tijdens windkracht 6 nog over de stenen te kunnen drillen. Een vrij exclusieve hengel en zeker geen "beginnershengel".

Op de hengel zetten we een reel of een molen. Hoewel de meeste beginners zullen kiezen voor een molen, prefereer ik een reel. Ik vis al jaren met een Quantum Ex 501, linkshandig uiteraard, want ik wil de niet de hengel na elke worp "overpakken". Vissend met een reel kan ik veel directer vissen en zo meer gevoel in mijn kunstaas leggen. Een molen vist toch altijd "onder een hoek" de lijn binnen en je houd de hengel altijd wat van je af. Maar ja, dat is zuiver een persoonlijk gevoel. (Ik gebruik wel een molen wanneer ik vis met pluggen. Een molen kan beter overweg met de veel luchtweerstand opleverende pluggen)

Ikzelf vis al jaren met zwarte 20 lb Fireline als hoofdlijn. Dit lijkt zwaar maar het zijn de omstandigheden die mij daartoe hebben gedwongen. Voorheen viste ik met 15 lb lijnen, maar daarbij kreeg ik te vaak lijnbreuk.

Een beginnend zeebaarsvisser zou ik eerst aanraden om te gaan vissen met nylon; een goede lijn is bv. de Trilene XT solar. Ik heb al te vaak beginnende vissers hun hengel zien breken door het verkeerd gebruik van de Dyneema-lijnen. Zeker nu er steeds strakkere hengels voorhanden komen kan het kleinste foutje hengelbreuk opleveren. Bedenk dat we vaak vast zullen zitten en we veel en meestal krachtig moeten inwerpen. Ook het landen van een zeebaars tijdens ruigere omstandigheden, levert vaak "gevaarlijke" momenten op.

Ik gebruik zelf altijd een stukje ongekleurde nylon voorslag van ongeveer 60 cm, met een dikte van ongeveer 50/00 mm. Dit stukje nylonlijn kan net iets meer hebben dan de Dyneema lijn. Zo'n voorslagje heeft ook het voordeel dat we lijn makkelijker kunnen stuktrekken wanneer we vastzitten! Deze voorslag zetten we vast met behulp van de oersterke Albrightknoop.

SOORTEN KUNSTAAS.

Ik denk dat zeebaars aan alle in Nederland verkrijgbare soorten kunstaas gevangen kan worden. Het is daarom ondoenlijk alle soorten te bespreken. Toch wil ik de meest gebruikte kunstaasjes er even uitlichten voor diegenen onder u die eens "iets anders willen".

  1. De jig. Een loodkop met ingegoten haak al dan niet voorzien van haar, het zogenaamde bucktail. Jigs zijn verkrijgbaar in allerlei soorten en gewichten. Door de meeste hengelaars wordt de jig echter gevist met alleen een (gekleurde)twister op de haak geschoven. Een eenvoudige cursus jiggenbinden: KLIK HIER

Hyper Striper Jiggen uit de USA.

  1. Lepels en werppilkers. Lepels en pilkertjes zijn er in vele soorten en maten en het aanbod is overweldigend De keus zal daarom ook moeilijk en dus persoonlijk zijn Lepels met een dunner blad worden meestal 'hoog' gevist en die met een dikker blad zinken wat dieper. Ik gebruik meestal gewichten variŽrend van 20 tot 56 gram. De Toby, Stingsilda, Jensen, en Kastmaster zijn zo maar enkele modellen/merken. Lepels en pilkers zijn niet echt selectief. Makreel, fint, zeeforel en geep zijn enkele bijvangsten op dit aas.

Diverse soorten lepels.

  1. De plug. Zowel drijvende als zinkende pluggen. Weinig gebruikt, maar een hele leuke manier van vissen als de omstandigheden goed zijn. Goede zeebaarspluggen zijn bv de Rapalamodellen Minnow, Jointed Minnow, de Countdown, de kleinere Magnums en Slivers. Ik noem even alleen de Rapala's ter aanduiding van de modellen. Uiteraard zijn er veel meer goede merken pluggen. Ik gebruik bij voorkeur de 14 en 18 grams versies.

Voor hen die nog verder willen experimenteren, bestaan er ook de zogenaamde poppers. Een soort pluggen die aan de voorkant plat of hol zijn en soms een schoepje hebben. Gevist aan de oppervlakte veroorzaken ze een hoop herrie en gespetter. Helaas zelden te gebruiken, maar oh zo spannend als "ze" het er wel op doen.

 

Van boven naar beneden: Magnum, Sliver, J-13, Bomber

 

 

Poppers: Rattlinn Chug Bugs

 

  1. Alle andere soorten kunstaas waaronder ook b.v. mijn 'eigenbouwsels'. Loodlepels, met daarachter een Amerikaans kunstaasje, genaamd "Slug&Go" . Dit zijn natuurgetrouwe kopieŽn van zandspiering en hebben een perfecte 'zwembeweging', zeker als ze gevist worden achter een zo licht en plat mogelijk lepeltje. De foto's zullen een en ander verduidelijken.

  

 

Diverse Amerikaanse Slugs; in Nederland nauwelijks verkrijgbaar.

Diverse "Amerikaanse" lepels, waarachter ik de Slugs vis.

Als haak gebruik ik een speciale 'offset wormhook' 5/0. Volgens mij levert alleen Gamakatsu deze haak in Nederland. (Code Worm34(SPR). Een vlijmscherpe haak en roestvrij. Op materiaalvretende stekken neem ik liever een goedkopere haaksoort. Voorwaarde is dat de haak de twister of slug goed vast moet kunnen houden. Er zouden dus eigenlijk weerhaakjes op de steel moeten zitten. Deze haken zijn wel goed verkrijgbaar.

KLEUR en GROOTTE VAN HET KUNSTAAS.

Hoewel sommige mensen daar anders over zullen denken, denk ik dat je op sommige momenten wel degelijk over moet schakelen naar een andere kleur. Ik ken vissers die nemen zelfs spuitbussen verf mee om hun aas te kleuren. Ik ben niet zo radicaal en ik geloof ook niet dat de baars het ene moment turqoise met zwarte stipjes wil en het andere moment zwart met gele stipjes. Wanneer je echter kijkt naar de kunstaasadvertenties vind ik het aanbod van de gigantische hoeveelheid kleuren persoonlijk een beetje overdreven. Het is een clichť, maar dit is meer om de visser te vangen dan de vis. Waar ik wel in geloof zijn lichte en donkere kleuren en dat is zuiver gebaseerd op de praktijk.

Wanneer je een voorwerp tegen het (felle) licht houd, kan je niet goed kleuren onderscheiden. Je ziet hoogstens of iets lichter of donkerder is. Je krijgt een silhouetwerking. Als we nu door de ogen van de baars kijken in wat smerig water, kijken we van de bodem naar de oppervlakte; tegen het licht in dus. Mijn ervaring is namelijk dat de baars is smerig water vaak tegen de oppervlakte jaagt. Kleuren hebben in dit geen geval geen functie. Hoe vreemd het ook klinkt, een donkere kleur valt in smerig water, tegen een lichtere lucht goed op. In donker water gebruik ik dus groot en donkergekleurd kunstaas bij het aan de oppervlakte vissen. Test het zelf maar eens in een zwembad, maar hou daarbij rekening dat helder water is.

In helder water vis ik met "natuurlijk" gekleurd aas. Kleuren die gelijkenis vertonen met b.v. een echte zandspiering of een makreel. De baars heeft nu veel meer tijd het aas te bekijken alvorens hij toehapt. Je ziet de baars in helder water soms achter je aas aanzwemmen, zonder dat hij toehapt.

Wat mij betreft zijn de kleuren die het meest scoren, naast de "natuurlijke kleuren"; blauw, groen en zwart. Ook oranje/rood wil het soms goed doen in het najaar.

PRAKTIJKTIPS.

Het vinden en bevissen van zeebaarsstekken is eigenlijk datgene waar alles om draait.

Om meteen maar met de deur in huis te vallen: zeebaarsvissen (lees: geregeld zeebaars vangen) leer je alleen maar door heel veel, verschrikkelijk veel uren aan de waterkant te maken en veel te verspelen en te knopen. Veel mensen beginnen heel enthousiast met zeebaarsvissen om naar verloop van tijd de brui er weer aan te geven. Ze beginnen op een moment dat er door iedereen zeebaars gevangen wordt en vangen zo ook hun eerste vissen. Wanneer de baars zich minder laat zien en je er meer moeite voor moet doen om er een te vangen, geeft menigeen het snel op. Ik ben al een ontelbaar aantal keren naar een stek gereden, om na uren gooien, zonder vis of zelfs een aanbeet te hebben gehad, weer naar huis te zijn gaan. De omstandigheden zijn vaak redelijk zwaar gelet op de begaanbaarheid van het 'terrein'. Strekdammen,pieren en steenstortingen liggen vaak bezaaid met spekgladde stenen en blokken. Het weer werkt ook niet altijd mee. De grootste en meeste baarzen worden echter met de slechtere weersomstandigheden gevangen door...., juist ja, de volhouders.

Eerst moeten we zien uit te vinden waar we gaan vissen. Nu is het tegenwoordig zo dat overal waar steenstortingen en stroming samenkomen, er ook baars te vinden is. Dus pieren, strekdammen en andere golfbrekers of steenstortingen zijn uitgelezen plaatsen. Uiteraard zijn er hier ook betere en slechtere plekken. Plekken waar het een 'chaos' is onder water en waar de stroom overheen giert, zijn de beste plekken. Het zijn ook de beste plekken om materiaal te verspelen.

Wederom een clichť, maar het meest makkelijke is natuurlijk uit te kijken naar de plaatsen waar veel kunstaasvissers staan of iemand die je ergens 'introduceert'. Deze mensen hebben de plaatsen al uitgedokterd. Pas echter op, want vaak gaat men ook uit 'luiigheid' of gezelligheid op een kluitje bij elkaar staan. Natuurlijk staat men op plekken die van tijd tot tijd echt goed vis opleveren, maar niet altijd en dan moeten we dus naar een andere stek uitkijken waar de baars wel jaagt. Je leert na verloop van tijd het water te leren lezen. Je gaat letten op helderheid van het water, stroomnaden, duikende sterntjes, aanwezigheid van aasvis, bv bliek en makreel. Waar makreel zwemt, zwemt geheid zeebaars.

De omstandigheden zullen bepalen welk aas je gaat gebruiken. Is het water diep en zitten de baarzen diep, dan is het handig om een jig te gebruiken. Een jig zinkt vrij snel en vist toch redelijk licht binnen. Je moet het gewicht aanpassen aan de stroomsterkte en de hoeveelheid 'vuil' onder water. De jig moet net aan bodem houden, anders vis je te hoog of je raakt steeds vast. Een kwestie van proberen dus. Zoals alle kunstaas, gooien we tegen de stroom in waarna we de jig op diepte laten komen en vervolgens langzaam binnen vissen. Lijkt simpel, maar de juiste 'touch' leren we pas na veel verspelen! Sommige mensen verstaan de kunst om hun kunstaas over de blokken te 'tikken'. Ze verspelen soms veel, maar vangen ook vaak. Ik heb mensen soms wel 30 jigs zien verspelen en dat is niks voor mij.

Wanneer het water rustig is en de baars zit hoog, hebben we meerdere opties. We kunnen dan vissen met pluggen als de bodem redelijk schoon is of we gaan vissen met lepels of spinners of pilkertjes. De pluggen draai ik normaal gesproken met een gelijkblijvende snelheid binnen. De plug heeft al voldoende actie van zichzelf om op te vallen. Af en toe versnel ik wat of draai iets langzamer. Wanneer de baarzen kolken slaan aan de oppervlakte wordt het tijd om de poppers te gebruiken. Lekker snel draaien en veel herrie produceren. Je kan in principe zo snel draaien als jij denkt dat goed is, de baars haalt je aas toch wel in!

TOT SLOT

Wanneer we veel aan de waterkant vertoeven kunnen we leren dat bepaalde gevoel te ontwikkelen dat "aangeeft" wanneer het wel eens goed kan worden. Een ZO wind, kracht 5 met een bedekte hemel en een Hoog water rond 17.00 uur in de middag in IJmuiden levert in september geheid zeebaars op. Je moet er dan wel echter staan! Voor Den Helder of Vlissingen zijn waarschijnlijk andere samenvallende factoren belangrijk. Een bepaalde stek moeten we dus wel leren kennen in deloop van enkele jaren. We weten dan op welke stekken en in welke fasen van het getij de baars het meest actief is. Belangrijk is dat we zelf ook actief en mobiel blijven vissen. Vissen verplaatsen zich en het kan dus voorkomen dat we na 3 keer verkassen wel opeens een paar baarzen achter elkaar vangen.

Ik hoop dat met dit artikel duidelijk is geworden dat zeebaarsvissen zoveel meer is dan het simpelweg binnenvissen van een jig.

TERUG NAAR TECHNIEK